bijvoegelijk naamwoord

De Wikcionario, el diccionario libre
Ir a la navegación Ir a la búsqueda

Neerlandés[editar]

 bijvoegelijk naamwoord
Pronunciación (AFI):  Si puedes, ¡incorpórala!
Variante:  bijvoeglijk naamwoord (estándar)

Locución sustantiva[editar]

Singular Plural
Base bijvoegelijk naamwoord bijvoegelijke naamwoorden
Diminutivo bijvoegelijk naamwoordje bijvoegelijke naamwoordjes
1 Lingüística.
Adjetivo.

Véase también[editar]

Referencias y notas[editar]