bijvoeglijk naamwoord

De Wikcionario, el diccionario libre
Ir a la navegación Ir a la búsqueda

Neerlandés[editar]

 bijvoeglijk naamwoord
Pronunciación (AFI):  /bɛɪ̯vuɣlɪk ˈnaːmʋoːrt/
desc-20.png
Variante:  bijvoegelijk naamwoord (no estándar)

Locución sustantiva neutra[editar]

Singular Plural
Base bijvoeglijk naamwoord bijvoeglijke naamwoorden
Diminutivo bijvoeglijk naamwoordje bijvoeglijke naamwoordjes
1 Lingüística.
Adjetivo.

Referencias y notas[editar]