grijs
Apariencia
Neerlandés
[editar]| grijs | |
| pronunciación (AFI) | [ɣrɛɪs] ⓘ |
Etimología
[editar]Adjetivo
[editar]grijs (irregular) ¦ comparativo: grijzer ¦ superlativo: grijst
- 1
- Gris.
- Ejemplo:
Zijn zwarte haar lag vochtig tegen het voorhoofd geplakt waar grijze, intense ogen ingespannen onderuit tuurden.Wim Gijsen. De Eersten van Rissan (1980). 1987.
- Ejemplo:
Sustantivo neutro
[editar]grijs (sin diminutivo) ¦ plural: grijzen
- 2 Colores
- Gris.