zwart

De Wikcionario, el diccionario libre

Neerlandés[editar]

zwart
pronunciación (AFI) [zwɑrt]

Etimología[editar]

Del neerlandés antiguo swart.1

Adjetivo[editar]

1
Negro.
  • Ejemplo:

Zijn zwarte haar lag vochtig tegen het voorhoofd geplakt waar grijze, intense ogen ingespannen onderuit tuurden

(Wim Gijsen, De Eersten van Rissan, 1980 (ed. 1987), ISBN 90 290 2096 2).

Sustantivo neutro[editar]

Singularia tantum
zwart
2 Colores
Negro.

Locuciones[editar]

Locuciones con «zwart»

Referencias y notas[editar]

  1. etymologiebank.nl: „zwart